Een ogenblik geduld a.u.b.

Begrippenlijst

Algemeen

Naam Begripsomschrijving
Jaarcijfers Jaarcijfers worden berekend met de stand van de bevolking op 1 januari van het betreffende jaar.
Kwartaalcijfers Kwartaalcijfers worden berekend met de stand van de bevolking op de eerste dag van de eerste maand van het kwartaal. Dus de stand op 1 januari voor het 1e kwartaal, de stand op 1 april voor het 2e kwartaal, etc.
COROP-gebieden Een regionaal niveau tussen provincies en gemeenten in. Meer info: COROP-gebieden (cbs.nl)
Vestigingen (KVK) Hoofd- en nevenvestigingen
Hoofdvestiging Hoofdkantoor, hoofdkwartier, hoofdzetel
Nevenvestiging Vestiging (filiaal) van onderneming op een andere plaats dan hoofdvestiging
Baan (werkzame persoon) Persoon die beroepsmatig (een) betaalde activiteit(en) verricht op of vanuit de vestiging: meewerkende ondernemer/eigenaar (directeur, bedrijfshoofd), meewerkend gezinslid, zelfstandig beroepsbeoefenaar, werknemer, uitzendkracht.
Vestiging (LISA) Een locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.

Conjunctuur

Naam Begripsomschrijving
Coen De Conjunctuurenquête Nederland brengt voor het Nederlandse bedrijfsleven vier keer per jaar de belangrijkste ontwikkelingen en verwachtingen in kaart, uitgesplitst naar regio, bedrijfstak en bedrijfsgrootte. De resultaten vormen de basis voor het ondernemers vertrouwen. Deze samenvattende stemmingsindicator geeft de richting aan waarin de Nederlandse economie, specifieke bedrijfstakken of regio's zich waarschijnlijk zullen ontwikkelen.
Saldo’s In de COEN wordt gewerkt met saldo’s. Een saldo ontstaat door het percentage ondernemers dat zijn ervaring of verwachting als negatief ziet, af te trekken van het percentage dat een positieve ervaring of verwachting meldt. Als bijvoorbeeld 10 procent van de ondernemers een dalende omzet had en 20 procent een stijgende omzet, ontstaat een saldo van +10 procent. Het saldo geeft in één oogopslag weer of de stemming onder ondernemers positief of negatief is en in welke mate.
OndernemersvertrouwenOndernemers- vertrouwen Stemmingsindicator voor het bedrijfsleven, die de richting aangeeft waarin het BBP zich naar verwachting zal ontwikkelen. Per bedrijfstak wordt voor de samenstelling van het Ondernemersvertrouwen gebruik gemaakt van informatie uit de Conjunctuurenquête Nederland (COEN). Het betreft afhankelijk van de bedrijfstak, de antwoorden op de vragen naar ontwikkelingen en verwachtingen van omzet, productie en personeelsbezetting alsmede naar oordelen over het economische klimaat, de voorraden en de orderpositie.
Omzet realisatie Het gewogen percentage ondernemers met een toename van de omzet minus het gewogen percentage ondernemers met een afname van de omzet. Dit saldo geeft inzicht in de ontwikkeling van de gerealiseerde omzet in de afgelopen drie maanden gerekend vanaf het begin van de verslagmaand.
Omzet verwachting Het gewogen percentage ondernemers met een verwachte toename van de omzet minus het gewogen percentage ondernemers met een verwachte afname van de omzet. Dit saldo geeft inzicht in de te verwachten ontwikkeling van de omzet in de komende drie maanden gerekend vanaf het begin van de verslagmaand.
Buitenlandse omzet realisatie Het gewogen percentage ondernemers met een toename van de buitenlandse omzet minus het gewogen percentage ondernemers met een afname van de buitenlandse omzet. Dit saldo geeft inzicht in de ontwikkeling van de gerealiseerde buitenlandse omzet in de afgelopen drie maanden gerekend vanaf het begin van de verslagmaand.
Buitenlandse omzet verwachting Het gewogen percentage ondernemers met een verwachte toename van de buitenlandse omzet minus het gewogen percentage ondernemers met een verwachte afname van de buitenlandse omzet. Dit saldo geeft inzicht in de te verwachten ontwikkeling van de buitenlandse omzet in de komende drie maanden gerekend vanaf het begin van de verslagmaand.
Personeelssterkte realisatiePersoneels- sterkte realisatie Het gewogen percentage ondernemers met een toename van de personeelssterkte minus het gewogen percentage ondernemers met een afname. Dit saldo geeft inzicht in de ontwikkeling van de gerealiseerde personeelssterkte in de afgelopen drie maanden gerekend vanaf het begin van de verslagmaand.
Personeelssterkte verwachtingPersoneels- sterkte verwachting Het gewogen percentage ondernemers met een verwachte toename van de personeelssterkte minus het gewogen percentage ondernemers met een verwachte afname. Dit saldo geeft inzicht in de te verwachten ontwikkeling van de personeelssterkte in de komende drie maanden gerekend vanaf het begin van de verslagmaand.
Winstgevendheid realisatieWinstgevend- heid realisatie Het gewogen percentage ondernemers met de melding dat de winstgevendheid van de onderneming in de afgelopen drie maanden is verbeterd is minus het gewogen percentage dat aangeeft dat deze verslechterd is. Dit saldo geeft de ontwikkeling van de winstgevendheid in de afgelopen drie maanden weer gerekend van het begin van de verslagmaand.
Winstgevendheid verwachtingWinstgevend- heid verwachting Het gewogen percentage ondernemers met een verwachte verbetering van de winstgevendheid minus het gewogen percentage ondernemers met een verwachte verslechtering. Dit saldo geeft inzicht in de te verwachten ontwikkeling van de winstgevendheid in de komende drie maanden gerekend vanaf het begin van de verslagmaand.
Economisch klimaat realisatie Het gewogen percentage ondernemers met de melding dat het economisch klimaat in de afgelopen drie maanden verbeterd is minus het gewogen percentage dat aangeeft dat deze verslechterd is. Dit saldo geeft de ontwikkeling van het economisch klimaat in de afgelopen drie maanden weer gerekend van het begin van de verslagmaand.
Economisch klimaat verwachting Het gewogen percentage ondernemers met de melding dat het economisch klimaat in de komende drie maanden zal verbeteren, minus het gewogen percentage dat aangeeft dat deze zal verslechteren. Dit saldo geeft inzicht de te verwachten ontwikkeling van het economisch klimaat in de komende drie maanden weer.
Investeringen verslagjaar Het gewogen percentage ondernemers met een verwachte toename van de investeringen in vaste activa minus het gewogen percentage ondernemers met een verwachte afname in het lopende jaar vergeleken met het voorgaande jaar. Dit saldo geeft inzicht in de te verwachten ontwikkeling van de investeringen in het verslag jaar.
Investeringen volgend jaar Het gewogen percentage ondernemers met een verwachte toename van de investeringen in vaste activa minus het gewogen percentage ondernemers met een verwachte afname in het komende jaar vergeleken met het lopende jaar. Dit saldo geeft inzicht in de te verwachten ontwikkeling van de investeringen in het volgend jaar.

 

Arbeidsmarkt

Naam Begripsomschrijving
Aandeel beroepsbevolking (CBS) Het aandeel van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).
Werkloosheidspercentage (CBS)Werkloosheids- percentage (CBS) De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking.
WW-uitkeringen (UWV) De Werkloosheidswet (WW) heeft tot doel werknemers te verzekeren tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. De wet voorziet in een uitkering die gerelateerd is aan het laatstverdiende inkomen uit een dienstbetrekking. De duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de verzekerde. De WW heeft betrekking op zowel werknemers uit het bedrijfsleven als (ex) overheidspersoneel.
Vacatures (CBS) Het aantal openstaande vacatures per kwartaal heeft betrekking op de vacatures bij particuliere bedrijven en overheidssectoren aan het einde van het kwartaal. Onder een vacature wordt verstaan een arbeidsplaats waarvoor, binnen of buiten een onderneming of instelling, personeel wordt gezocht dat onmiddellijk of zo spoedig mogelijk geplaatst kan worden.

Top 10

Demografie

Naam Begripsomschrijving
Binnenlandse vestiging 15- 24 jarigen Het komen wonen van personen (leeftijdscategorie 15 - 24 jarigen) in een gemeente na verhuizing uit een andere gemeente in Nederland of uit het buitenland.
Binnenlandse vestiging 25- 34 jarigen Het komen wonen van personen (leeftijdscategorie 25 - 34 jarigen) in een gemeente na verhuizing uit een andere gemeente in Nederland of uit het buitenland.
Binnenlands vertrek 15 -24 jarigen Verhuizing van personen (leeftijdscategorie 15- 24 jarigen) naar een andere gemeente in Nederland of naar het buitenland.
Binnenlands vertrek 25 -34 jarigen Verhuizing van personen (leeftijdscategorie 25- 34 jarigen) naar een andere gemeente in Nederland of naar het buitenland.
Percentage bevolkingsprognose totaal -19 jaar Verwachte ontwikkeling van de bevolking (leeftijfscategorie 0 - 19 jaar) in de toekomst (2050)
Percentage bevolkingsprognose totaal 20 - 64 jaar Verwachte ontwikkeling van de bevolking (leeftijfscategorie 20 - 64 jaar) in de toekomst (2050)
Percentage bevolkingsprognose totaal 65+ jaar Verwachte ontwikkeling van de bevolking (leeftijfscategorie 65+ jaar) in de toekomst (2050)
Verwachte bevolkingsgroei (cijfers t.o.v. 2017) Verwachte ontwikkeling (toe- of afname) van de bevolking in de toekomst (2050)
Verwachte huishoudensgroei (cijfers t.o.v. 2017) Verwachte ontwikkeling (toe- of afname) van het aantal huishoudens in de toekomst (2050)
1e en 2e generatie allochtonen, totaal, Niet-westers 1e generatie: Persoon die in het buitenland is geboren en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. 2e generatie: Persoon die in Nederland is geboren en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Niet-westers: Persoon met als migratieachtergrond een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije.Toelichting: Op grond van hun sociaal-economische en sociaal-culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit Indonesië en Japan tot de westerse migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
1e en 2e generatie allochtonen, totaal Westers 1e generatie: Persoon die in het buitenland is geboren en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. 2e generatie: Persoon die in Nederland is geboren en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Westers: Persoon met als migratieachtergrond een van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, en Indonesië en Japan. Toelichting: Op grond van hun sociaal- economische en sociaal-culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit Indonesië en Japan tot de westerse migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in het voormalig Nederlands-Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
Aandeel AOW-uitkeringen t.o.v. totale bevolking AOW-uitkering: Bruto-uitkering die wordt ontvangen op grond van de Algemene Ouderdomswet. Bevolking: De bewoners van een bepaald gebied. Toelichting: In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.
Bevolkingsmutatie geboorten per 1.000 inwoners Geboorte: Bevalling, ongeacht de levensvatbaarheid van het kind of de kinderen. Toelichting: De geboortestatistiek betreft geboorten uit vrouwen die ten tijde van de bevalling in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente zijn opgenomen, ongeacht het land waar de bevalling heeft plaatsgevonden. Daarentegen worden bevallingen in Nederland van vrouwen die niet in een gemeentelijk bevolkingsregister zijn opgenomen niet meegeteld.
Bevolkingsmutatie sterften per 1.000 inwoners Sterfte: Het aantal personen dat is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend. Toelichting: Overleden worden geteld naar de woongemeente en niet naar de gemeente van overlijden. In CBS-statistieken heeft sterfte betrekking op het aantal personen dat tijdens het overlijden in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente is opgenomen, ongeacht het land waar het overlijden heeft plaatsgevonden. Personen die niet in Nederland wonen maar wel hier overlijden worden niet meegeteld.
Bevolkingsmutatie per 1.000 inwoners Het geboorteoverschot (natuurlijke aanwas) plus het vestigingsoverschot (migratiesaldo) plus het saldo van de administratieve correcties en de overige correcties.
Bevolkingsmutatie vestiging per 1.000 inwoners Het komen wonen van personen in een gemeente na verhuizing uit een andere gemeente in Nederland of uit het buitenland.
Bevolkingsmutatie vertrek per 1.000 inwoners Verhuizing van personen naar een andere gemeente in Nederland of naar het buitenland.
Gemiddelde leeftijd bevolking Het rekenkundig gemiddelde van alle leeftijden.
Gemiddelde leeftijd bevolking mannen Het rekenkundig gemiddelde van alle leeftijden van mannen
Gemiddelde leeftijd bevolking vrouwen Het rekenkundig gemiddelde van alle leeftijden van vrouwen
Bevolking leeftijd 0 - 19 jaar De bewoners van een bepaald gebied in de leeftijdscategorie 0 -19 jaar. Toelichting: In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.
Bevolking leeftijd 20 - 64 jaar De bewoners van een bepaald gebied in de leeftijdscategorie 20 - 64 jaar. Toelichting: In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.
Bevolking leeftijd 65+ jaar De bewoners van een bepaald gebied in de leeftijdscategorie 65+ jaar. Toelichting: In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.
Groene druk De verhouding tussen het aantal personen van 0 tot 20 jaar en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Toelichting: Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van de jeugd tot het werkende deel van de bevolking.
Grijze druk De verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar of ouder en het aantal personen van 20 tot 65 jaar. Toelichting: Dit cijfer geeft inzicht in de verhouding van de ouderen tot het werkende deel van de bevolking.
Gemiddeld aantal personen per huishouden Gemiddeld aantal personen dat deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Huishoudens alleenstaand totaal Particulier huishouden bestaande uit één persoon
Huishoudens samenw + kind en eenoudergez totaal Particulier huishouden bestaande uit een paar met ten minste één thuiswonend kind (en met mogelijk ook overige leden).
Huishoudens samenwonend zonder kinderen totaal Particulier huishouden bestaande uit een paar zonder thuiswonende kinderen (en met mogelijk ook overige leden).
Huishoudens met een laag inkomen Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen. Particulier huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen. De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procentgroep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbare inkomen gerekend. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio. Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met: betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e); premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekering, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden; premies ziektekostenverzekeringen; belastingen op inkomsten en vermogen.
Huishoudens met een hoog inkomen Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen. Particulier huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen. De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procentgroep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbare inkomen gerekend. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio. Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met: betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e); premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekering, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden; premies ziektekostenverzekeringen; belastingen op inkomsten en vermogen.
Bijstandsuitkeringen per huishoudenBijstands- uitkeringen per huishouden Bestandsuitkering: Uitkering voor personen die rechtmatig in Nederland wonen en niet in staat zijn in het eigen levensonderhoud te voorzien.
Particulier besteedbaar huishoudinkomen Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met: betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e); premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekering, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden; premies ziektekostenverzekeringen; belastingen op inkomsten en vermogen.
Sociaal-cultureel kapitaal Percentage respondenten dat aangeeft vaak of regelmatig contact te hebben met vrienden, familie en buren.

Economie

Naam Begripsomschrijving
Winkels naar gebruiksoppervlakte 1 t/m 100 m2 Aandeel verkooppunten van het totaal van 1 t/m 100 m2.
Winkels naar gebruiksoppervlakte 101 t/m 200 m2 Aandeel verkooppunten van het totaal van 101 t/m 200 m2.
Winkels naar gebruiksoppervlakte 201 t/m 400 m2 Aandeel verkooppunten van het totaal van 201 t/m 400 m2.
Winkels naar gebruiksoppervlakte 401 t/m 800 m2 Aandeel verkooppunten van het totaal van 401 t/m 800 m2.
Winkels naar gebruiksoppervlakte 801 t/m 1.600 m2 Aandeel verkooppunten van het totaal van 801 t/m 1.600 m2.
Winkels naar gebruiksoppervlakte > 1.600 m2 Aandeel verkooppunten van het totaal van > 1.600 m2
WerkloosheidspercentageWerkloosheids- percentage De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Netto arbeidsparticiaptie Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Werkloosheidspercentage 15 tot 25 jaarWerkloosheids- percentage 15 tot 25 jaar De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Werkloosheidspercentage 25 tot 45 jaarWerkloosheids- percentage 25 tot 45 jaar De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Werkloosheidspercentage 45 tot 75 jaarWerkloosheids- percentage 45 tot 75 jaar De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Werkloosheidspercentage onderwijsniveau laagWerkloosheids- percentage onderwijsniveau laag De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Werkloosheidspercentage onderwijsniveau middelbaarWerkloosheids- percentage onderwijsniveau middelbaar De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Werkloosheidspercentage onderwijsniveau hoogWerkloosheids- percentage onderwijsniveau hoog De werkloze beroepsbevolking als percentage van de (werkzame en werkloze) beroepsbevolking. Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Beroepsbevolking mannen Personen: - die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of - die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Beroepsbevolking vrouwen Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Beroepsbevolking 15 to 25 jaar Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Beroepsbevolking 25 tot 45 jaar Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Beroepsbevolking 45 tot 75 jaar Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Beroepsbevolking onderwijsniveau laag Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Beroepsbevolking onderwijsniveau middelbaar Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Beroepsbevolking onderwijsniveau hoog Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
OZB-tarief eigenaar en/of gebruiker niet-woning Belasting op het bezit en gebruik van onroerende zaken. Belasting die kan worden geheven van diegenen die bij het begin van het kalenderjaar onroerende zaken, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken en van diegenen die bij het begin van het kalenderjaar van onroerende zaken het genot hebben krachtens eigendom, bezig of beperkt recht. Gemeenten zijn gerechtigd onroerendezaakbelasting te heffen op grond van de Gemeentewet.
Banen totaal per 1.000 inwoners (15 - 64) Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen totaal per 1.000 inwoners (15 - 74 jaar) Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Werkgelegenheidsdichtheid Het aantal banen per hectare
Vestigingen totaal per 1.000 inwoners (15 - 64) Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen totaal per 1.000 inwoners 15 - 74 jaar Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingendichtheid Het aantal vestigingen per hectare
Banen A Agrarische sector Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen B Delfstoffenwinning Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen C Industrie Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen D Energiesector Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen E Watermanagement Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen F Bouwnijverheid Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen G Groot- en detailhandel Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen H Vervoer en opslag Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen I Horeca Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen J Informatie en communicatie Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen K Financiële instellingen Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen L Onroerend goed sector Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen M Advies en onderzoek sector Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen N Overige zakelijke dienstverlening Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen O Openbaar bestuur Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen P Onderwijs Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen Q Zorgsector Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen R Vrijetijd sector Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Banen S Overige dienstverlening Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Vestigingen A Agrarische sector Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen B Delfstoffenwinning Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen C Industrie Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen D Energiesector Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen E Watermanagement Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen F Bouwnijverheid Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen G Groot- en detailhandel Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen H Vervoer en opslag Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen I Horeca Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen J Informatie en communicatie Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen K Financiële instellingen Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen L Onroerend goed sector Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen M Advies en onderzoek sector Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen N Overige zakelijke dienstverlening Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen O Openbaar bestuur Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen P Onderwijs Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen Q Zorgsector Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen R Vrijetijd sector Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Vestigingen S Overige dienstverlening Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Groei banen totaal (tov het voorgaand jaar) Het aantal werkzame personen op vestigingsniveau. Aangezien een werkzame persoon bij meerdere vestigingen (van verschillende bedrijven/ondernemingen) werkzaam kan zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand vier dagen in loondienst is en één dag actief is als zelfstandig ondernemer, geven de uiteindelijke werkgelegenheidstatistieken feitelijk inzicht in het totaal aantal bezette arbeidsplaatsen of banen.
Groei vestigingen totaal (tov het voorgaand jaar) Locatie van een onderneming, instelling of zelfstandige beroepsbeoefenaar (dat wil zeggen elke fabriek, werkplaats, kantoor, winkel of andere bedrijfsruimte, dan wel elk complex daarvan) waarin of van waaruit een economische activiteit of zelfstandig (vrij) beroep wordt uitgeoefend door minimaal 1 werkzaam persoon.
Gemiddeld WVO per verkooppunt - totaal (leegstand + detailhandel) Gemiddeld winkelvloeroppervlakte per verkooppunt van het totale aanbod.
Verkooppunten per 1.000 inwoners Aantal verkooppunten per 1.000 inwoners.
Aandeel verkooppunten - Leegstand Aandeel verkooppunten van het totaal dat leegstaat.
Economisch kapitaal Aanwezigheid van arbeid, kennis, kapitaal, ruimtelijke vestigingsvoorwaarden, economische structuur, infrastructuur en bereikbaarheid.

Omgeving

Naam Begripsomschrijving
Percentage woningen naar bouwjaar < 1945 Aandeel van de woningvoorraad dat gebouwd is voor 1945
Percentage woningen naar bouwjaar 1945 - 1970 Aandeel van de woningvoorraad dat gebouwd is tussen 1945 en 1970
Percentage woningen naar bouwjaar 1971 - 1990 Aandeel van de woningvoorraad dat gebouwd is tussen 1971 en 1990
Percentage woningen naar bouwjaar 1991 - 2010 Aandeel van de woningvoorraad dat gebouwd is tussen 1991 en 2010
Percentage woningen naar bouwjaar > 2010 Aandeel van de woningvoorraad dat gebouwd is na 2010
Percentage woningen eensgezins Eengezinswoning: elke woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen, boerderijen met woningen en voorts alle rijenhuizen.
Percentage woningen meergezins Meergezinswoning: elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur.
Groei woningvoorraad Woningvoorrraad: het totaal van koop- en huurwoningen dat voor bewoning geschikt is
Sporthallen per 10.000 inwoners Sporthallen waarin gevoetbald wordt / kan worden. Sportscholen en gymzalen vallen hier niet onder.
Musea per 10.000 inwoners Museum: een permanente instelling ten dienste van de samenleving en haar ontwikkeling, toegankelijk voor publiek, niet gericht op het maken van winst, die de materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, behoudt, wetenschappelijk onderzoekt, presenteert en hierover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.
Leefbaarometer - score woningen De Leefbaarometer geeft een modelmatige schatting van de leefbaarheid. Hierbij is gekeken naar de mate waarin verschillende omgevingscondities van invloed zijn op het oordeel over, en de waardering voor, de directe woonomgeving. Dit is gedaan voor die plekken waarvoor wel gegevens over oordelen en waarderingen beschikbaar zijn. Aangenomen dat de gevonden relaties in principe voor heel Nederland gelden, is vervolgens op basis van landsdekkende bronnen over die omgevingscondities de leefbaarheid voor heel Nederland op een laag schaalniveau in kaart gebracht. Om te bepalen in hoeverre een gebied positief of negatief scoort op de Leefbaarometer wordt gebruik gemaakt van 100 indicatoren (voornamelijk landelijke registraties). De 100 indicatoren worden onderverdeeld in 5 onderliggende leefbaarheidsdimensies: woningen / bewoners /voorzieningen /veiligheid / fysieke omgeving. Voor meer gedetailleerde informatie over de werking van de Leefbaarometer zie: Leefbaarometer 2.0: Instrumentontwikkeling.
Leefbaarometer - score bewoners De Leefbaarometer geeft een modelmatige schatting van de leefbaarheid. Hierbij is gekeken naar de mate waarin verschillende omgevingscondities van invloed zijn op het oordeel over, en de waardering voor, de directe woonomgeving. Dit is gedaan voor die plekken waarvoor wel gegevens over oordelen en waarderingen beschikbaar zijn. Aangenomen dat de gevonden relaties in principe voor heel Nederland gelden, is vervolgens op basis van landsdekkende bronnen over die omgevingscondities de leefbaarheid voor heel Nederland op een laag schaalniveau in kaart gebracht. Om te bepalen in hoeverre een gebied positief of negatief scoort op de Leefbaarometer wordt gebruik gemaakt van 100 indicatoren (voornamelijk landelijke registraties). De 100 indicatoren worden onderverdeeld in 5 onderliggende leefbaarheidsdimensies: woningen / bewoners /voorzieningen /veiligheid / fysieke omgeving. Voor meer gedetailleerde informatie over de werking van de Leefbaarometer zie: Leefbaarometer 2.0: Instrumentontwikkeling.
Leefbaarometer - score voorzieningen De Leefbaarometer geeft een modelmatige schatting van de leefbaarheid. Hierbij is gekeken naar de mate waarin verschillende omgevingscondities van invloed zijn op het oordeel over, en de waardering voor, de directe woonomgeving. Dit is gedaan voor die plekken waarvoor wel gegevens over oordelen en waarderingen beschikbaar zijn. Aangenomen dat de gevonden relaties in principe voor heel Nederland gelden, is vervolgens op basis van landsdekkende bronnen over die omgevingscondities de leefbaarheid voor heel Nederland op een laag schaalniveau in kaart gebracht. Om te bepalen in hoeverre een gebied positief of negatief scoort op de Leefbaarometer wordt gebruik gemaakt van 100 indicatoren (voornamelijk landelijke registraties). De 100 indicatoren worden onderverdeeld in 5 onderliggende leefbaarheidsdimensies: woningen / bewoners /voorzieningen /veiligheid / fysieke omgeving. Voor meer gedetailleerde informatie over de werking van de Leefbaarometerzie: Leefbaarometer 2.0: Instrumentontwikkeling.
Leefbaarometer - score veiligheid De Leefbaarometer geeft een modelmatige schatting van de leefbaarheid. Hierbij is gekeken naar de mate waarin verschillende omgevingscondities van invloed zijn op het oordeel over, en de waardering voor, de directe woonomgeving. Dit is gedaan voor die plekken waarvoor wel gegevens over oordelen en waarderingen beschikbaar zijn. Aangenomen dat de gevonden relaties in principe voor heel Nederland gelden, is vervolgens op basis van landsdekkende bronnen over die omgevingscondities de leefbaarheid voor heel Nederland op een laag schaalniveau in kaart gebracht. Om te bepalen in hoeverre een gebied positief of negatief scoort op de Leefbaarometer wordt gebruik gemaakt van 100 indicatoren (voornamelijk landelijke registraties). De 100 indicatoren worden onderverdeeld in 5 onderliggende leefbaarheidsdimensies: woningen / bewoners /voorzieningen /veiligheid / fysieke omgeving. Voor meer gedetailleerde informatie over de werking van de Leefbaarometer zie: Leefbaarometer 2.0: Instrumentontwikkeling.
Leefbaarometer - score fysieke omgevng De Leefbaarometer geeft een modelmatige schatting van de leefbaarheid. Hierbij is gekeken naar de mate waarin verschillende omgevingscondities van invloed zijn op het oordeel over, en de waardering voor, de directe woonomgeving. Dit is gedaan voor die plekken waarvoor wel gegevens over oordelen en waarderingen beschikbaar zijn. Aangenomen dat de gevonden relaties in principe voor heel Nederland gelden, is vervolgens op basis van landsdekkende bronnen over die omgevingscondities de leefbaarheid voor heel Nederland op een laag schaalniveau in kaart gebracht. Om te bepalen in hoeverre een gebied positief of negatief scoort op de Leefbaarometer wordt gebruik gemaakt van 100 indicatoren (voornamelijk landelijke registraties). De 100 indicatoren worden onderverdeeld in 5 onderliggende leefbaarheidsdimensies: woningen / bewoners /voorzieningen /veiligheid / fysieke omgeving. Voor meer gedetailleerde informatie over de werking van de Leefbaarometer zie: Leefbaarometer 2.0: Instrumentontwikkeling.
Woningdichtheid Aantal woningen per oppervlakte-eenheid, uitgedrukt per hectare
Bevolkingsdichtheid Bevolking per km² land
Percentage verkeersterrein Terrein in gebruik voor spoor-, weg- en luchtverkeer
Percentage bebouwd terrein Terrein in gebruik voor wonen, werken, winkelen, uitgaan, cultuur en openbare voorzieningen
Percentage semi-bebouwd terrein Terrein met een zekere mate van verharding dat niet in gebruik is als verkeersterrein of bebouwd terrein
Percentage recreatieterrein Terrein bestemd voor recreatief gebruik
Percentage agrarisch terrein Terrein in gebruik voor land- en tuinbouw, inclusief glastuinbouw. Toelichting: Indien omsloten door agrarisch terrein worden ook tot agrarisch terrein gerekend: water smaller dan zes meter, bosstroken, alle niet-openbare wegen, alle openbare wegen van zeer plaatselijk belang en verspreide bebouwing met bijbehorende erven en tuinen.
Percentage bos en open natuurlijk terrein Terrein in gebruik als bos, als droog of als nat open natuurlijk terrein
Percentage binnenwater Inlandig water in gebruik als vaarweg, recreatiewater, delfstofwinplaats, vloei en/of slibveld, of als spaarbekken, inclusief het IJsselmeer. Toelichting: Tot het binnenwater behoren die delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde die liggen tussen havenhoofden en strekdammen. Bij vrij in zee uitmondende rivieren zonder strekdammen of havenhoofden wordt de grens tussen binnen- en buitenwater gevormd door de denkbeeldige lijn ter hoogte van de hoogwaterlijn langs de kust. Water smaller dan zes meter wordt niet meegerekend.
Percentage buitenwater Water buiten de gemiddelde hoogwaterlijn. Toelichting: Bij vrij in zee uitmondende rivieren zonder strekdammen of havenhoofden wordt de grens tussen binnen- en buitenwater gevormd door de denkbeeldige lijn ter hoogte van de hoogwaterlijn langs de kust. Niet tot het buitenwater behoren de delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde die liggen tussen havenhoofden en strekdammen. Binnen- en buitenwater zijn in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw, regelt algemene uitkering uit het Gemeentefonds) anders afgebakend dan in de classificatie bodemgebruik. Het Ijsselmeer wordt in de Fvw als buitenwater aangemerkt en in de statistiek bodemgebruik als binnenwater.
Vermogensmisdrijven Misdrijf, omschreven in artikel 208 t/m 214, 216 t/m 223, 225 t/m 232, 234, 311, 312, 321 t/m 323, 326 t/m 334, 336, 337, 416 en 417bis Wetboek van Strafrecht. Toelichting: Het betreft alle valsheidmisdrijven, waaronder vals geld maken of in omloop brengen en valsheid in geschrifte. Daarnaast alle vormen van diefstal en inbraak, uitgezonderd diefstal met geweld (artikel 312 Wetboek van Strafrecht), dat in de categorie geweldsmisdrijven valt. Ook verduistering, bedrog en heling horen tot deze categorie.
Vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde Misdrijf, omschreven in artikel 141 lid 1, 157 en 350 Wetboek van Strafrecht. Het betreft openlijk geweld tegen goederen, opzettelijke brandstichting met gevaar goederen (niet personen) en vernieling of graffiti. Toelichting: Het gaat hier om de lichtere misdrijven uit de categorie vernieling en misdrijven tegen de openbare orde.
Gewelds- en seksuele misdrijven Misdrijf, omschreven in artikel 242 t/m 250, 285, 287 t/m 291, 293, 294, 296, 300 t/m 304b, 306 t/m 309, 312 en 317 Wetboek van Strafrecht. Het betreft alle seksuele misdrijven, waaronder verkrachting, aanranding en ontucht, behalve schennis der eerbaarheid. Daarnaast gaat het om levensdelicten, zoals moord en doodslag, hulp bij zelfdoding, euthanasie en abortus. Ook dood en lichamelijk letsel door schuld, bedreiging, mishandeling, diefstal met geweld en afpersing horen tot deze categorie. Toelichting: Schennis der eerbaarheid (art. 239 Wetboek van Strafrecht) valt in de categorie vernieling en openbare orde.
Verkeersmisdrijven De Wegenverkeerswet 1994 is de basis voor de regelgeving van het wegverkeer in Nederland. In deze wet staat beschreven wat verkeersdelicten (misdrijf of overtreding) zijn. De cijfers hebben uitsluitend betrekking op misdrijven. De meest voorkomende verkeersmisdrijven zijn rijden onder invloed en verlaten plaats ongeval.
Drugsmisdrijven De Opiumwet regelt de opsporing, vervolging en berechting van handelingen die te maken hebben met (verboden) drugsbezit en drugshandel. De wet maakt onderscheid tussen misdrijven en overtredingen. Op grond van de Opiumwet geldt een verbod op het bereiden, bewerken, Verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van middelen die genoemd worden op de zogeheten lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs). Voorbeelden van de hier bedoelde stoffen zijn cocaïne, heroïne, methadon, morfine, opium en hennep. De cijfers hebben uitsluitend betrekking op misdrijven.
Personenauto's per 1.000 inwoners Motorvoertuig voor personenvervoer over de weg, exclusief brom- en motorfietsen, met maximaal negen zitplaatsen (met inbegrip van de bestuurdersplaats). Toelichting: Hieronder vallen:
  1. personenauto's
  2. bestelwagens ontworpen voor en voornamelijk gebruikt voor het vervoer van reizigers
  3. taxi's
  4. huurauto's
  5. ziekenwagens
  6. campers.
Lichte wegvoertuigen voor goederenvervoer over de weg, touringcars, autobussen en minibussen vallen hier niet onder. Het begrip personenauto omvat ook taxi's en huurauto's met minder dan tien zitplaatsen. Vanaf 1 mei 2009 worden campers gekentekend als personenauto of als bus afhankelijk van het aantal zitplaatsen. Vóór die datum zijn campers geregistreerd als speciale voertuigen.
Gemiddelde afstand tot treinstations totaal Gemiddelde afstand (km) tot treinstation
Gemiddelde afstand tot ziekenhuis (incl. buitenpolikliniek) Ziekenhuis: medisch-specialistisch centrum voor behandeling en verpleging met overnachting, waar gedurende dag en nacht aan personen met een specifieke fysieke ziekte één of meer vormen van medische specialistische hulp en de daarmee verband houdende verpleging en verzorging geboden worden.
Gemiddelde afstand tot ziekenhuis (excl. buitenpolikliniek) Ziekenhuis: medisch-specialistisch centrum voor behandeling en verpleging met overnachting, waar gedurende dag en nacht aan personen met een specifieke fysieke ziekte één of meer vormen van medische specialistische hulp en de daarmee verband houdende verpleging en verzorging geboden worden.
Gemiddelde afstand tot oprit hoofdverkeersweg Hoofdverkeerswegen: provinciale wegen en rijkswegen.
Huurwoningen - woningcorporaties % Aandeel huurwoningen als totaal van de woningvoorraad verhuurd door woningcorporaties
Huurwoningen - overige verhuurders % Aandeel huurwoningen als totaal van de woningvoorraad verhuurd door 'overige verhuurders'
Koopwoningen % Aandeel koopwoningen als totaal van de woningvoorraad
Gemiddelde WOZ-waarde woningen Door de gemeenten periodiek getaxeerde waarde van onroerende zaken in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Toelichting: Sinds 1 januari 1995 is de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) van kracht. Deze wet verplicht gemeenten al het onroerend goed binnen de gemeentegrenzen periodiek te taxeren en de aldus vastgestelde WOZ-waarde te gebruiken bij het bepalen van de gemeentelijke aanslag onroerendezaakbelasting (ozb). Verder dienen de gemeenten de individuele WOZ-waarden te leveren aan de belastingdienst en de waterschappen voor de heffing van de inkomstenbelasting, de vermogensbelasting en de waterschapsomslagen. Het eerste WOZ-tijdvak loopt van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 met als waardepeildatum 1 januari 1995. Dit betekent dat gemeenten gedurende deze periode de onroerende goederen dienen te taxeren naar de waarde per 1 januari 1995. Uit efficiencyoverwegingen was het gemeenten die recent (in 1992, 1993 of 1994) hun onroerend goed hadden getaxeerd, toegestaan van deze taxaties gebruik te maken. De taxaties van deze gemeenten zijn geïndexeerd naar 1995. De waardepeildatum vanaf 1 januari 2001 is 1 januari 1999. De waardpeildatum vanaf 2005 is 1 januari 2003. De Waarderingskamer houdt toezicht op de uitvoering van de wet WOZ, waaronder de kwaliteit van de taxaties. WOZ-objecten die voor de ozb verplicht zijn vrijgesteld (onder meer landbouwgrond, infrastructurele werken, ambassades en kerken) zijn niet meegenomen, terwijl WOZ-objecten die op basis van een facultatieve gemeentelijke belastingverordening voor de ozb zijn vrijgesteld (onder meer gemeentelijke gebouwen en kassen) wel zijn meegenomen.
Gemiddelde woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten: ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing (eventueel na aftrek van een eventuele heffingskorting). Eenpersoonshuishouden: particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Gemiddelde woonlasten meerpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten: ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing (eventueel na aftrek van een eventuele heffingskorting). Meerpersoonshuishouden: particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
OZB-tarief woningen % OZB: belasting op het bezit en gebruik van onroerende zaken. Woning: Een onroerende zaak die in hoofdzaak wordt gebruikt voor woondoeleinden en die onroerende zaak waarvan het gebruik volledig dienstbaar is aan woondoeleinden. Toelichting: Objecten in aanbouw of leegstaande objecten met de bestemming woondoeleinden zijn ook woningen. Tot de woningen behoren de volgende twee klassen: 1. Woning dienend tot hoofdverblijf;
Onder een woning dienend tot hoofdverblijf wordt verstaan een onroerende zaak die als één geheel gedurende het gehele jaar wordt gebruikt voor woondoeleinden. Deze categorie betreft zelfstandige woningen voor een- of meerpersoonshuishoudens waarin geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden of in ieder geval geen aan het object zichtbare bedrijfsmatige activiteiten.
2. Woning met praktijkruimte;
Onder een woning met praktijkruimte wordt verstaan:
  • een onroerende zaak die in hoofdzaak wordt gebruikt voor woondoeleinden;
  • waarin de bewoner tevens in het kader van een zelfstandig beroep of bedrijf activiteiten verricht;
  • welke bedrijfsmatige activiteiten het karakter hebben van praktijk aan huis in de sfeer van de vrije beroepen (arts, fysiotherapeut, notaris, accountant);
  • waarbij het feit dat een zelfstandig beroep of bedrijf wordt uitgeoefend, blijkt uit een aankondiging die vanaf de openbare weg zichtbaar is;
  • waarbij het mogelijk is een deel van de onroerende zaak aan te wijzen waar deze activiteiten plaatsvinden die in hoofdzaak worden gebruikt voor woondoeleinden en die onroerende zaken waarvan het gebruik volledig dienstbaar is aan woondoeleinden.
Totaal gemiddelde koopsom Koopsom: aankoopprijs
Appartementen gemiddelde koopsom Appartement: waar twee of meer verblijfsobjecten voorkomen binnen een pand. Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte en die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen.
Hoekwoningen gemiddelde koopsom Hoekwoning: laatste van een serie rijtjeswoningen die aan één zijde is verbonden met een ander pand met adres
2-onder-1-kap woningen gemiddelde koopsom 2-onder-1-kap: woning die met een andere woning (niet zijnde een geschakelde woning) is verbonden en die daarmee eenzelfde doorlopende dakconstructie heeft.
Tussenwoningen gemiddelde koopsom Tussenwoning: woning die met meerdere woningen is verbonden en die daarmee een niet-repeterende dakconstructie heeft.
Vrijstaande woningen gemiddelde koopsom Vrijstaande woning: woning waarvan het pand met verblijfsobject niet direct met een ander pand met verblijfsobject is verbonden. Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte en die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen.
Groei transacties (t.o.v. kwartaal voorgaand jaar) Groei van het aantal transacties van woningen en appartementen die verkocht zijn aan particulieren gedurende het kwartaal, ten opzichte van hetzelfde kwartaal in het voorgaande jaar.
Groei gemiddelde koopsom (t.o.v. kwartaal voorgaand jaar) Koopsom: aankoopprijs
Totaal bioscopen en filmtheaters (excl. kleine theaters) - vest. Per 100.000 inw. Totaal aantal bioscopen en filmtheaters, die zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van bioscoopexploitanten. Hierbij zijn de kleine filmhuizen (C-theaters) buiten beschouwing gehouden. Onder het totaal aantal bioscopen in Nederland wordt verstaan: Bioscopen aangesloten bij een concern, onafhankelijke bioscopen die in eigendom zijn van zelfstandige ondernemers Onder het totaal aantal filmtheaters in Nederland wordt verstaan: Middelgrote en grote filmhuizen (A en B-theaters) en kleine filmhuizen (C-theaters).
Rijksmonumenten per 1.000 inwoners Rijksmonumenten zijn monumenten van nationale betekenis die zijn opgenomen in het monumentenregister
Score ecologisch kapitaal Het ecologisch kapitaal beschouwt de verschillende ecosystemen binnen een bepaald gebied. Deze dienen over voldoende veerkracht te beschikken om de natuurlijke en menselijke verstoringen op te kunnen vangen, zonder dat dit leidt tot onherstelbare schade aan de functies van het ecosysteem. Een duurzame omgang met het ecosysteem is gericht op het versterken van de ecosystemen en het voorkomen van verstoringen, welke een negatieve invloed kunnen hebben op het menselijk welzijn.

KVK, januari 2020